Haarlem afgeharkt

Kristien Hemmerechts

Kristien Hemmerechts

Kristien Hemmerechts (Brussel, 1955) is de auteur van romans, korte verhalen, reisreportages, columns en essays. Sinds haar debuut in 1986 schreef ze een indrukwekkend oeuvre bijeen. Bekende titels zijn Een zuil van zout (1987), Zonder grenzen (1991), Wit zand (1993), Donderdagmiddag halfvier (2002), De vrouw die de honden eten gaf (2014) en het autobiografische essay Taal zonder mij (1997). Het menselijk onvermogen is een terugkerend thema in haar proza. Ze ontving de Vlaamse driejaarlijkse Staatsprijs voor proza in 1990, in 1993 werd haar de Frans Kellendonk-prijs toegekend voor haar gehele oeuvre. Ze doceert creatief schrijven aan de KU Leuven en het Conservatorium van Antwerpen.
Hemmerechts' citybook Haarlem afgeharkt zal binnenkort ook als audioboek (mp3) te beluisteren zijn, voorgelezen door de auteur zelf, en zal dan ook via iTunes en Soundcloud te downloaden en te beluisteren zijn.

Close

Haarlem Alle citybooks

Download de ePub-versie Print

Haarlem afgeharkt

Het Spaarne is haar favoriete nummer van het virtuoze duo De Groot-Nijgh, het is zelfs één van haar favoriete Nederlandstalige nummers tout court, maar ze wist niet dat die rivier door Haarlem stroomt. Ze had ook nooit over Kenau gehoord, de legendarische vrouw, die ... over wat ze precies heeft gedaan bestaat onenigheid, maar onbetwist is haar koelbloedige verzet tegen de Spaanse snoodaards. Een vrouw met kloten aan haar lijf, zou men vroeger hebben gezegd, maar nu klinkt dat seksistisch. Grof klonk het vroeger ook.
Kenau had haar eigen werf én houthandel niet ver van waar zij, schrijfster uit Antwerpen, twee weken mag logeren. Ze zijn buren, al scheiden ruim vierhonderdvijftig jaar hen van elkaar.

 

Bekentenis nummer twee: ze wist niet dat de Tachtigjarige Oorlog de naam is voor de lange strijd tussen Spanjaarden en de Nederlanden. Wat weet ze eigenlijk wél?

 

‘En ook Vondel natuurlijk,’ zegt ze in een gesprek over de vele Vlamingen die onder het Spaanse bewind naar het noorden zijn uitgeweken.
‘Nee, nee,’ zegt de man. ‘Vondel kwam uit Keulen.’
‘Keulen?’ (waar ze het even hoort donderen – flauw grapje)
iPhones worden geconsulteerd, zijn geboorteplaats bevestigd: Keulen. Maar zijn ouders waren rasechte Antwerpenaren. Keulen was een tussenstop op weg naar Utrecht en dan verder naar Amsterdam.
Zouden Nederlanders op school leren dat Vondel een Duitser van oorsprong was? Of heeft hij niet goed opgelet in de les?

 

De man is te groot voor zijn fiets, en hij is te groot voor de straat, en ook voor de huisjes waar hij aanbelt is hij te groot. Het is zondag, veel winkels zijn open, er moet worden gekocht en verteerd, maar de man hoopt genoeg mensen thuis te treffen om een aantal lotjes te verkopen. Ooit zijn uit deze stad machtige schepen vertrokken met balen kostbare stoffen aan boord om ze op verre kusten te verhandelen, en nu heeft ook hij een handeltje opgezet, zijn eigen loterij. Investeer een euro en win misschien … Er zijn geen prijzen, alleen de lotjes die hij aan zijn keukentafel maakt en verkoopt van deur naar deur.
Verderop schuurt een man bladderende verf van de ramen van zijn huis, hij doet het met de hand, geen schuurmachine voor hem. Je hand voelt de nerven van het hout, je moet het aaien voor je het schuurt, dan begrijpt het waarom je het schuurt en verzet het zich niet.
Wij zijn de oude tijd, zeggen de mannen, de ene op zijn logge fiets, de andere op zijn klompen, niet van hout maar van rubber.
De stad holt voorwaarts, de toekomst tegemoet. De stad maakt de toekomst, print haar in 3D. De mannen blijven koppig staan, graven zich dieper in het verleden in, het verleden waar de stad zo trots op is.
Je moet weten wat je wilt, denken de mannen, verleden of toekomst. Het kan niet allebei en al helemaal niet tegelijkertijd.
De stad ziet dat anders, zet het verleden in om de toekomst naar de oevers van het Spaarne te lokken.
We vertrekken van een handig appje, we maken er een YouTubefilmpje van. Download het nu! Zet een virtual reality-bril op je neus, waan je in de zeventiende eeuw, of de achttiende, of de dertiende, de zestiende. Kies maar!

 

‘Wilt u mij absoluut helpen?’ vraagt de ene vrouw aan de andere. ‘U bent ook de mevrouw van de afspraak, niet?’ De afspraak, zo blijkt, is dat jassen tijdens de voorstelling in de garderobe moeten worden weggehangen in verband met de brandveiligheid. De vrouw heeft haar jas koppig aangehouden, een korte rode jas, geschikt voor weer en wind. In haar hand houdt ze het blad met de barcode van haar kaartje en het nummer van haar plaats. Het is als een toneeltje, het voorprogramma van het eigenlijke spektakel. De behulpzame mevrouw werkt vast als vrijwilliger in de stadsschouwburg, overal in de stad zijn vrijwilligsters aan de slag, meestal zijn ze de zestig voorbij. Ze laat zich niet uit het lood slaan door de boze mevrouw. Met een glimlach helpt ze alweer iemand anders naar zijn plaats.

 

Pierre Bokma en Gijs Scholten van Aschat op het podium en de vraag in haar hoofd of ze liever in Amsterdam spelen dan in Haarlem. Of Haarlem een tweede divisie is, een oefenterrein voor het echte werk.

 

De dienster schuift de ring aan haar vinger, houdt haar hand omhoog. ‘Mooi,’ zegt de vrouw die haar de ring cadeau heeft gedaan. Moeder en dochter, zoveel is duidelijk. Moeder komt hier de krant lezen en koffie drinken, én kijken hoe dochter het ervan afbrengt. Het is een chic etablissement.

 

De Grote of Sint-Bavokerk gaat om drie uur dicht want KLM houdt er een receptie om Delft Blue no. 98 te presenteren, het meest recente miniatuurhuisje in de reeks. Er staan karretjes klaar die aan boord worden gebruikt om eten en drank te serveren. Misschien is het een gimmick.

 

‘Die voedselbank gaat verhuizen,’ zegt een wethouder. ‘Het pand wordt verkocht en gedeeltelijk gesloopt. Er komen woningen, appartementen, acht ton het stuk, maar ook sociale woningbouw.’ En dat die voedselbank een privé-initiatief is. In veel steden in Nederland heb je ze nu.
Bedoelt hij: het zegt niets over Haarlem, wel over de tijden waarin we leven?
Vroeger was daar een fabriek, van het één of ander; vroeger was een ton honderdduizend gulden.

 

Zeg niet: we hebben veel werklozen.
Zeg wel: het lukt nog niet zo goed met de jobontwikkeling. Alsof het een machine betreft die nog net iets beter moet worden afgesteld.

 

‘Ik weet niet wat ermee gebeurt,’ zegt de vrouw die sinds kort in stadsdeel Schalkwijk woont. ‘Vroeger zag ik dat nooit, maar nu staat wel iedere week ergens de hele huisraad op de stoep.’ Van mensen die uit hun huis zijn gezet omdat ze de huur niet betalen. En waar gaan die dan naar toe? En wat gebeurt er met hun spullen? Op die vragen kent ze het antwoord niet.

 

NAT staat met tape op het pasgeverfde raam.

 

De man die haar het retourtje Amsterdam heeft verkocht roept haar terug. ‘Uw map,’ zegt hij. Hij bedoelt haar plattegrondje. Wordt ‘map’ voortaan ook het Nederlandse woord voor kaart, plattegrond, en gaan we een map dan een ‘file’ noemen?

 

Ik ben echt evil geweest, zegt een jonge vrouw in de trein. Ze heeft zich laten uitroosteren op kerstdag. Ze werkt in een kledingzaak, en ja, die zal zijn deuren ook op kerstdag openen, maar zij zal bij haar familie zijn voor de kerstreünie.
Nederlanders zitten in de trein, Vlamingen erop; zij arriveren in het station, Nederlanders erop.

 

Ze zegt tegen een vrouw dat veel mensen in Vlaanderen ‘nonkel’ zeggen in plaats van ‘oom’ onder invloed van het Franse ‘oncle’, en dat hun op school geleerd werd dat het ‘oom’ moest zijn, waarop de vrouw verontwaardigd reageert met: je zegt toch wat je wilt.

 

De geschiedenisles wordt verder gezet: de Pacificatie van Gent, het Eeuwige Edict, prinsgezinden versus staatsgezinden, het rampjaar 1672, de Vrede van Münster, de Akte van Seclusie, de Frans-Bataafse tijd, Balthasar Gerards, het Plakkaat van Verlatinghe.
Hebben de Noordelijke Nederlanden de Zuidelijke werkelijk als pasmunt gebruikt? Pak hen maar, laat ons met rust, zodat wij ongestoord handel kunnen drijven? Wat ongelooflijk gemeen! Maar straf natuurlijk dat die zeven provincies erin geslaagd zijn zich onafhankelijk te verklaren. Dat zou zonder enige sluwheid en venijn nooit zijn gelukt.

 

Volle maan boven Haarlem en de vraag of de geuzen dezelfde maan zagen. Ja, natuurlijk, welke maan zou het anders zijn geweest?

 

Vroeger heette de Grote Markt van Haarlem het Zand. Brugge heeft nog altijd een Zand. Er zit een parkeergarage onder. Eigenlijk moet je zeggen: ’t Zand.

 

Zou Frans Hals zijn gaan schilderen als zijn ouders niet uit Antwerpen naar Haarlem waren geëmigreerd?

 

Honderd jaar geleden keek een kunsthistoricus naar De regentessen, een schilderij dat Frans Hals in 1664 kort voor zijn dood voltooide. Hij zag ‘zelfingenomen onnozelheid, zelfverterende azijnigheid, ondraaglijke schaperigheid, quasi lieftalligheid, de hatelijkste van allen’.
Je kijkt naar vrouwen in een machtspositie en je concludeert dat het feeksen moeten zijn, of met een hedendaags woord: bitches.
Het toeval wil dat het schilderij in het restauratieatelier onder handen wordt genomen en dat de schrijfster uit België het daar mag komen bekijken. Zij – en ook de restaurateurs – zien heel gewone vrouwen. Twee van hen hebben zelfs iets zachts, en één van die twee verschilt niet wezenlijk van Vermeers beroemde Meisje met de parel, alleen is zij oud, wat onvergeeflijk is voor een vrouw.
Jammer dat het museum die man citeert om te bewijzen hoe Hals persoonlijkheden schilderde, karakters, zeg maar. Ze mogen hem citeren, maar ze zouden bezoekers op zijn seksistische vooroordelen moeten attent maken. Het is allemaal projectie, zouden ze moeten zeggen. Nu lijken ze het met die man zeer eens te zijn. En natuurlijk geen kwaad woord over de regenten die op de tegenhanger van het schilderij zijn afgebeeld. Dat waren stuk voor stuk nobele, wijze, charmante mannen.

 

Men schat dat 600.000 slaven door Nederlanders zijn verhandeld. 600.000! Op schilderijen uit die tijd zijn de slaven opvallend beter gekleed dan de meiden en knechten van Hollandse bodem. Ze zijn zelfs uitgedost. Wilden hun eigenaars met hen uitpakken? Je kunt er in ieder geval niet naast kijken dat de Nederlandse Zwarte Piet op hen is geïnspireerd, althans wat zijn kleding betreft.

 

Al die trotse mensen die zich lieten portretteren.

 

Kenau’s moed is met een standbeeld, een roman, een film én een park(je) beloond en bekroond. Wie doet beter?

 

Veel Duitse toeristen in Alkmaar om de ontzetting van de stad te vieren, vierhonderdvierenveertig jaar geleden op 8 oktober. Voor die Duitsers moet het een grote opluchting zijn dat voor één keer niet zij maar Spanje de boosdoener is.
Zouden Haarlemmers die dag balen? Want zij zijn niet ontzet maar bezet, dat heeft zelfs de dappere Kenau niet kunnen verhinderen.
Alkmaar ontzet. In haar oren klinkt het als: Alkmaar is verbijsterd, ontdaan. Wat ontzettend dat die Spanjaarden daar weer staan!

 

‘Mama!’ roept een vrouw die meeloopt in de parade. Ze wuift, holt dan naar haar moeder, die aan de zijkant staat. Grote vreugde bij moeder en dochter, die zij – ontroerd – gadeslaat. En verwarring vanwege die ontroering.

 

Ze leert een nieuw woord: Nederland is aangeharkt. Later in het gesprek neemt ze het zelf in de mond, maar ze vergist zich, maakt er ‘afgeharkt’ van. En wordt verbeterd.

 

Wegsleepregeling
Toegangsregistratie
Aanmeldingen
Ziekteverzuimtraject
Verkeerslichtenregeling gewijzigd

 

Over alles is zo goed nagedacht. Alles is uitgekiend. Niets lijkt voor verbetering vatbaar.

 

Ze laten zich zo moeilijk van hun stuk brengen.

 

‘Zal ik me even voorstellen? Ik ben Marisa, uw hospitality manager.’
Marisa voorziet de vergaderende politici van eten en drank. Telkens opnieuw stelt ze zich voor. De zaal – want dit is een toneelvoorstelling – ligt plat van het lachen. Nederlanders vinden zichzelf dus ook af en toe belachelijk, hun holle frasen, hun jargon.
‘Ik begrijp uw bezorgdheid. Ik begrijp dat u boos bent.’ (politicus in hetzelfde stuk tegen vrouw van wie het huis quasi onbewoonbaar is ten gevolge van de gasboringen in Groningen, waardoor die vrouw nog razender wordt)

 

Een vrouw op de ferry naar Texel met kort paars haar.
Het is een hoedje, denkt ze.
Maar nee.

 

Zeg Tessel. Schrijf Texel.

 

‘U lijkt op die Belgische schrijfster.’
‘Ja, dat wordt vaker gezegd.’

 

‘Beste heren, wilt u zo vriendelijk zijn geen papier in het urinoir te gooien.’

 

Gelieve na 20u geen glas meer in de container te werpen i.v.m. geluidsoverlast.

 

‘Heeft u een tandenstoker?’ (in het café van de Toneelschuur)

 

‘Ik heb een kind gekregen,’ zegt de blozende vrouw die de kaartjes scant bij de ingang van de bioscoopzaal. De bioscoopgangers – voornamelijk oudere vrouwen – hadden verrast opgemerkt dat ze er weer was. ‘Wat enig, wat fijn et cetera,’ reageren ze, maar hun verwarring is tastbaar. Wat doet ze daar? Waarom is ze niet bij haar kind?

 

Haarlem moet een nachtmerrie zijn voor mensen die een hekel hebben aan klokgelui.

 

De martelaarsspiegel met daarin de namen van de doopsgezinden die zijn geëxecuteerd, onder anderen Anneke Ogier. Zij werd in 1570 verdronken en onder de galg begraven.
Doopsgezinden = wederdopers = mennonieten = anabaptisten

 

Doopsgezinden noemen hun kerk een vermaning. Ook hier hangen lijsten met de namen van de regenten en de regentessen, aparte lijsten welteverstaan, en ook aparte vergaderlokalen, de heerenkamer [sic] voor de regenten, de dameskamer voor de regentessen en diaconessen.

 

‘Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst willen ontnemen.’
Heeft Willem van Oranje dat echt gezegd? Ah, had België maar zo’n held!
Hij heeft aan het hof van Keizer Karel op de Koudenberg in Brussel verbleven. Ze komt daar vaak voorbij. In de voetsporen van Willem!
Willem van Oranje = Willem de Zwijger = Vader des Vaderlands, niet te verwarren met Willem I der Nederlanden.

 

Eerst keerden ze zich tegen de Spanjaarden en vervolgens tegen de stadhouders/prinsen van Oranje. De machtsstrijd tussen de haantjes nadat ze de Spanjaarden eruit hadden gegooid! Het was verre van een verenigd volk. Nog altijd.
Was er sprake van collaboratie? Werden rekeningen vereffend, werd wraak genomen? Anneke Ogier was in ieder geval bang dat haar schuilplaats aan de schout en/of schepenen zou worden verraden. En de Amsterdamse wapenkooplieden leverden kanonnen aan de Spanjaarden. Foei!
Tijdens het beleg van Haarlem toen de stad zijn poorten voor de Spanjaarden gesloten hield – bijna acht maanden hebben ze dat volgehouden, van december 1572 tot juli 1573 – werden in de stad katholieken opgeknoopt.
Na de val van Haarlem richtten de Spanjaarden een slachtpartij aan. Ze klonken mensen aan elkaar vast en gooiden hen in het Haarlemmermeer. Het moest opschieten.

 

Dingen die mensen willen horen en dingen die ze niet willen horen.

 

Korte samenvatting: Keizer Karel: goed; Filips II: slecht.

 

Zouden er Nederlanders zijn die lak hebben aan de Gouden Eeuw? En aan Vermeer, Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan? Staat er een huis op Nederlandse bodem waar van het werk van geen van die vier meesters een afbeelding is te vinden, niet op servies, niet op theedoeken, niet op een koelkastmagneet, niet op een kalender of affiche of draagtasje?

 

Het oor van Van Gogh: afgesneden, niet bewaard
De tong van Johan de Witt: afgesneden en bewaard als reliek
De vinger van Cornelis de Witt: afgesneden en bewaard als reliek
Kannibalistisch volkje

 

De onuitgesproken consensus om niet te moeilijk te doen over ingewikkelde gebeurtenissen die zich in een ver verleden hebben afgespeeld.

 

Willem III van Oranje werd een week na de dood van zijn vader, Willem II, geboren. Hij trouwde met Mary, de oudste dochter van James II. Zijn moeder heette ook Mary en was een zus van die James II én van Charles II, en alle drie waren ze kinderen van Charles I, die in 1649 onthoofd werd omdat hij zijn nederlaag in de burgeroorlog maar niet wilde aanvaarden. Willem III en zíjn Mary waren dus volle neef en nicht, waardoor het niet zo gek is dat Willem III, stadhouder van Amsterdam, ook koning van Engeland werd, als William III. Zowel in Engeland als Nederland gold nummertje drie, maar voor de Schotten was hij William II. The art of creating confusion.
Die Willem III/William III/William II heeft zijn naam gegeven aan de fel protestantse Ierse Orange Order, gesticht in 1795.
Oranje verwijst naar het prinsdom Orange – la principauté – dat de eerste Willem in 1544 erfde en dat van hem – en van zijn nazaten – een prins maakte. What’s in a name, what’s in a colour, maar Orange verwijst niet naar een kleur, wel naar een rivier, de Arausio, al ziet ze niet goed hoe ‘Arausio’ ooit in ‘Orange’ is veranderd.

 

‘Hartstikke leuk, echt hartstikke leuk!’
‘Nou, succes!’
‘Wat zie je er beeldig uit!’
‘Héél gezellig!’
‘Doe nou lekker een rosétje!’
Of hoe Nederlands Nederlanders in Vlaamse oren wel kunnen klinken.

 

‘Ik dacht even dat u die Belgische schrijfster was, maar dat kan niet want u spreekt geen Belgisch.’

 

Woorden en uitdrukkingen die Vlamingen nooit gebruiken, maar die ze wel verstaan en waarover ze zich soms vrolijk maken:
Eterij en drinkerij
Vastgoedmakelaardij
De afzuiging
‘Bent u bekend met het museum?’

 

Poëzie op straatnaamborden: Groot Heiligland, Klein Heiligland, Verdronkenoord (maar die straat ligt in Alkmaar)

 

Friethuis De Vlaminck.
Eetcafé Bruxelles. Maar de naam betekent niets meer. Vroeger wel, toen werd er alleen Belgisch bier verkocht. Manneke Pis staat nog altijd op het uitstalraam geschilderd. In Japan heeft ze hem ook gezien, niet om bier maar om wafels te verkopen. De beroemdste Belg.
Bij Hapwat kun je halal Vlaamse friet krijgen.
En Haarlemse zelfgemaakte Vlaamsche friet, dat is er ook.

 

Op verzoek van een vriend gaat ze een kijkje nemen op het adres waar zijn grootmoeder is opgegroeid. Of het huis er nog staat, wil hij weten. Nee, maar er is wel een straat naar haar familie genoemd, een steeg. Die familie had een houthandel aan de overkant van het Spaarne tegenover hun woonhuis, maar ook van die handel is er geen spoor meer te bekennen.
De familie van zijn grootvader deed in margarine, ook ergens in Nederland, maar nu wonen ze allemaal in Vlaanderen. Migratie in omgekeerde zin, contramigratie.
Telkens weer keert ze naar het adres terug, alsof het háár roots zijn, het plekje in Haarlem waarmee ze via hem verbonden is.

 

Ze heeft een coffeeshop ontdekt. Zal ze of zal ze niet?

 

Ze voelt zich niet eenzaam, al is ze alleen in de stad, een stad waar veertig procent van de inwoners aangeeft in wisselende mate met eenzaamheid te kampen te hebben. Ze denkt: je moet genoeg hebben aan jezelf; ik en mezelf, vriendjes voor het leven.

 

Ze hoort zichzelf zeggen dat ze wel in Haarlem zou willen wonen om alle ballast uit België achter zich te laten.

 

Wanneer ze ’s avonds naar huis wandelt weergalmen haar voetstappen hol in de verlaten straten, terwijl het dan echt nog niet laat is.

 

Wat helpt wanneer je de zuigende kracht van het water voelt: bedenken dat elke rivier – en dus ook het Spaarne – een bodem heeft.

 

‘Bang van het Spaarne? Dat water is kniehoog, daar kun je niet in verdrinken!’

 

Altijd de gedachte – of hoop – dat je in zo’n stad een grote liefde kunt/zult ontmoeten. En hoe zou dat dan gaan?

 

De lichte sociale druk om iets over jezelf te vertellen. En zij die dat niet graag doet.

 

Haarlem is het mooist wanneer de straatverlichting al brandt en de zon haar laatste licht op de huizen en het water gooit.

 

Al die grote Nederlanders in die kleine huisjes

 

Achter elke deur een wereld

 

De gewensten en de ongewensten
Leprooshuis
Pestlijders
Syfilitische hoeren

 

Justitiële instellingen
Separeerruimte
Isoleercel, afgekort tot isocel in de Koepel – voormalige gevangenis, dolcel genoemd in het Dolhuys, voormalig huis van bewaring voor krankzinnigen
Poepdoos (gebruikt in de dolcel)

 

Liederlijkheid; daarvoor kon je in het Dolhuys belanden.

 

‘In dit land van vervloeking, aan mollen en waterratten ontweldigd in spijt van de Natuur-zelve, …’ En: ‘Reeds sedert maandag heb ik opium moeten gebruiken omdat ik geen brood had.’ (uit brieven van Willem Bilderdijk, die in 1831 overleed in zijn huis op de Grote Markt in Haarlem)

 

‘Het was hun keus.’ Oud-bewaarder Henk over de gevangenen die aan hun leven een eind maakten door van de derde verdieping naar beneden te springen. Het bedrijf dat het gebouw – de Koepel – beheert tot het zal worden gerenoveerd heeft hem en zijn collega’s ingehuurd als gids bij rondleidingen. Die zijn erg populair.
‘Iedereen kan in de gevangenis terechtkomen,’ zegt Henk. En hij vertelt met heimwee over de tijd dat de gevangenis een directeur had en eigen koks. Later zijn de managers gekomen, die hebben de koks eruit gegooid en de catering geoutsourced, de onvermijdelijke evolutie, maar of die een verbetering betekent … Henk vindt alvast van niet.
Hij maakt er geen geheim van dat hij met enige souplesse met de regels omsprong. Anders was het niet leefbaar, voor de gedetineerden niet, maar ook voor hem niet.

 

Zeg niet: hij/zij is gek/geestesziek/gestoord; zeg: hij/zij heeft een bijzondere geest.

 

Het meest hatelijke woord in Nederland: klaar. Ik ben er klaar mee. Met andere woorden: Rot op!

 

‘Het kabinet wil dat scholen les geven in de tekst, betekenis en melodie van het Wilhelmus. Ook is het de bedoeling dat scholieren in elk geval één keer in hun schoolcarrière het Rijksmuseum en de Tweede Kamer bezoeken.’ (bericht in de krant over het regeerakkoord van kabinet-Rutte III)

 

Meer Nederlands Nederlands: het aantrekken van de economie, de visafslag, de glastuinbouw, opheffingsuitverkoop

 

Een harde waarheid: de frieten/frites van friethuis De Vlaminck zijn veel lekkerder dan de frieten/frites die je in het doorsnee Vlaamse frietkot krijgt. En ze zijn goedkoper.

 

Ze ziet dat Burgemeester Eberhard van der Laan, om wie het hele land rouwt, in hetzelfde jaar geboren is als zij.

 

Ook om Anne Faber wordt collectief getreurd en steeds weer duiken dezelfde woorden op in de artikels over haar:
Selfie (die ze stuurde naar haar vriend kort voor ze werd vermoord)
Regen (waardoor ze op de selfie uitgeregend staat)
Zwarte opoefiets, batavus old dutch (waarop ze fietste, eigenlijk niet geschikt voor de relatief lange fietstocht die ze ondernam)
Blond
1,70 m
25 jaar
Ze denkt aan die andere vermoorde Anne, Anne Frank, op twee lettertjes na dezelfde naam.

 

De warmste vijftiende oktober ooit, althans sinds die dingen gemeten en genoteerd worden. Het Spaarne ligt erbij als een schilderij van een Hollandse Meester, al dan niet met Vlaamse roots. Als je goed kijkt, kun je de bootjes zien bewegen. Het lijkt echt en het is ook echt.

 

Ze weet nu meer over Haarlem dan over Antwerpen. Én ze heeft geleerd dat Antwerpen ooit een republiek is geweest, en wel van 1577 tot 1585, onder een calvinistisch bewind. Hoeveel Antwerpenaren zouden dat weten?

 

‘Als je niet braaf bent,’ zegt ze tegen haar man, ‘knip ik mijn haar heel kort en kleur het paars.’

 

‘We zijn in de overlegfase, maar we willen u graag uitnodigen om mee na te denken over het plan voor het Haarlem van de toekomst, Haarlem in de 22ste eeuw, zeg maar, een gloednieuw Haarlem met slechts één plek, een bescheiden monument, dat naar dat verdomde verleden verwijst.’
Ze glimlacht om haar maffe fantasie, denkt aan het verhaaltje dat ze erover zou kunnen schrijven en misschien ook zal schrijven.

 

 

Download de ePub-versie Print

Haarlem raked over

The Spaarne is her favourite song by virtuoso Dutch duo De Groot and Nijgh, it is even one of her all-time favourite Dutch-language numbers, but she'd never realised that the river Spaarne flows through Haarlem. And she'd never heard of Kenau, the legendary woman, who... exactly what she did is disputed, but her bold resistance to the villainous Spanish is beyond question. A woman with balls, they'd have said in the past. Nowadays, that sounds sexist. And it always did sound crude.
Kenau had her own shipyard and timber yard not far from where she, the writer from Antwerp, has been invited to stay for a fortnight. They are neighbours, albeit separated by more than four hundred and fifty years.

 

Confession number two: she didn't know that the Eighty Years' War is the name given to the long struggle between the Spaniards and the Dutch. So what does she actually know?

 

'And Vondel too, of course,' she says during a conversation about the many Flemings who fled to the north during the Spanish regime.
'No, no,' says the man. 'Vondel came from Cologne.'
'Cologne?' (thunderstruck - corny joke) (1)
iPhones are consulted, his birthplace confirmed: Cologne. But his parents were thoroughbred Antwerpians. Cologne was a stopover on their way to Utrecht and then on to Amsterdam.
Would Dutch schoolkids be taught that Vondel had German roots? Or hadn't he been paying attention in class?

 

The man is too big for his bike and too big for the street and too big for the houses he calls at. It is Sunday, many shops are open, things have to be bought and consumed, but the man hopes to find enough people at home to buy a couple of his raffle tickets. Mighty ships once set sail from this city, laden with bales of costly fabrics to trade on distant shores, and he too has now set up a business, his own raffle. Invest a euro and maybe win ... There probably aren't even any prizes, just the raffle tickets he makes at his kitchen table and sells from door to door.
Further along a man is sanding flaking paint from the windows of his house. He does it by hand, no electric sander for him. Your hand feels the grain of the wood, you have to stroke it before you sand it, and then it understands why you are sanding it and doesn't resist.
We are the olden days, say the men, the one on his unwieldy bike, the other on his clogs, not of wood but of rubber.
The city is racing towards the future. The city is making the future, printing it in 3D. The men remain stubbornly in place, dig themselves deeper into the past, the past that the city is so proud of.
You have to know what you want, think the men, past or future. You can't have both, and certainly not at the same time.
The city sees things differently, uses the past to lure the future to the banks of the Spaarne.
We start with a handy app. We make a YouTube clip. Download it now! Put on a virtual reality headset, imagine yourself in the 17th century, or the 18th, or the 13th, or the 16th. The choice is yours!

 

'Do you really have to help me?' the one woman asks the other. 'You're that agreement lady, aren't you?' The 'agreement' is apparently that coats have to be hung in the cloakroom during the performance, because of the fire safety regulations. The woman has stubbornly kept on her coat, a short red jacket, proof against wind and weather. In her hand she is holding a printout with the barcode of her ticket and the number of her seat. It is like a little one-acter, the curtain raiser before the main performance. The helpful woman is most probably a volunteer at the theatre. There are female volunteers working all over the city, most of them over sixty. She doesn't let the angry lady faze her. With a smile she helps someone else to his seat.

 

Pierre Bokma and Gijs Scholten van Aschat are on stage and I wonder whether they would rather be acting in Amsterdam than in Haarlem. Whether Haarlem is a second division, a training ground for the real work.

 

The waitress slips the ring onto her finger, holds up her hand. 'Lovely,' says the woman who has given her the ring as a gift. Mother and daughter, that much is clear. Mother comes here to read the newspaper and drink coffee, and to see how her daughter is getting along. It is a posh establishment.

 

St Bavo's Church, the Great Church, is closing at 3 p.m. because KLM is holding a reception there to present Delft Blue no. 98, the latest miniature house in the series. The trolleys they use to serve food and drinks on board are standing ready. Maybe it's a gimmick.

 

'That food bank is going to move,' says a councillor. 'The building is being sold and partly demolished. They're building homes here, apartments, eight 'tons' apiece, 800,000 euros. And also some social housing.' He says the food bank is a private initiative. You have them in lots of Dutch cities nowadays.
Does he mean: it doesn't say anything about Haarlem, but it is indicative of the times in which we live?
There used to be a factory there, for something or other; a ton was the colloquial name for a hundred thousand guilders.

 

Don't say: We've got lots of unemployed.
Say: Job development is not running as smoothly as we'd like. As if it's a machine that needs a bit of fine-tuning.

 

'I don't know what's is going to happen to it,' says the woman who has recently moved to the Schalkwijk district. 'I never used to see that sort of thing where I lived before, but here there are whole housefuls of stuff out on the pavement every week.' Belonging to people who've been evicted because they didn't pay the rent. Where are they going to go? And what happens to their stuff? She doesn't know the answer to those questions.

 

WET is written in tape on the freshly painted window.

 

The man who has sold her a return ticket to Amsterdam calls her back. 'Your map,' he says, using the English word. The Dutch word for such a street map is plattegrond. English is creeping in everywhere. In Dutch a map is something you use to hold letters or papers. Will we soon all be calling that map a folder or a file?

 

'I've been really evil,' says a young woman on the train, using the English word. She has tampered with the staff rota, given herself Christmas Day off. The clothes shop where she works is open on Christmas Day, but she'd rather spend it with her family.
Dutch people sit on the train. Flemish people sit in the train. They arrive in the station. The Dutch arrive on it.

 

She tells a woman that many people in Flanders call their uncles nonkel, under the influence of the French oncle, instead of using the Dutch word oom. At school they were taught to say 'oom' and that 'nonkel' was incorrect. 'You can say whatever you want,' says the woman irritably.

 

The history lesson continues: the Pacification of Ghent, the Perpetual Edict, Orangists versus republicans, the Disaster Year 1672, the Peace of Münster, the Act of Seclusion, the Franco-Batavian period, Balthasar Gerards, the Act of Abjuration.
Did the Northern Netherlands really use the Southern Netherlands as a bargaining chip? Take them and leave us alone, so that we can get on with our trading? How incredibly callous! But of course, it is quite something that those seven provinces managed to declare themselves independent. They could never have done that without a bit of cunning and nastiness.

 

Full moon over Haarlem. Would those rebels have seen that same moon? Yes, of course, which other moon would they have seen?

 

Haarlem's Great Market Square used to be called the Zand, the Sand. Bruges still has a Zand. That's a big square too. They've built a carpark underneath it. Actually, you should call it 't Zand.

 

Would Frans Hals have started painting if his parents hadn't moved from Antwerp to Haarlem?

 

One hundred years ago, an art historian looked at The Regentesses, a painting Frans Hals completed in 1664, shortly before his death. He saw: 'self-important stupidity, self-consuming sourness, unbearable sheepishness, pseudo-sweetness, the most hateful of all.'
You see women in a position of power and conclude that they must be shrews, or to use a more up-to-date word: bitches.
By chance, that painting is in the restoration studio for maintenance and so the writer from Belgium is allowed to view it there. She - and also the restorers - see ordinary women. Two of them even have a certain softness. And one of those two isn't really very different from Vermeer's famous Girl with a Pearl Earring, except that she is old, which is inexcusable in a woman.
Shame that the museum quotes that man to prove how Frans Hals painted personalities, characters. They are welcome to quote him, but they ought to alert visitors to his sexist prejudices. It is all just projection, they should say. Now they seem to agree with him. And naturally no one has a bad word to say about the regents depicted in the painting's counterpart. They were all noble, wise and charming men.

 

An estimated 600,000 slaves were traded by the Dutch. 600,000! In the paintings of those days, the slaves are strikingly better dressed than the homegrown Dutch maids and servants. Some are dressed to the nines. Were their owners using them to show off? Whatever the case, you can't ignore the fact that the Dutch Black Pete, St Nicholas's helper, was inspired by them, at least as far as his clothes are concerned.

 

All those proud people who had their portraits painted.

 

Kenau's courage has been rewarded and commemorated with a statue, a novel, a film and a little park. Who has done better?

 

Lots of German tourists in Alkmaar, to celebrate the relief of the city on 8 October four hundred and forty-four years ago. It must be a great relief to those Germans that for once it is not them but the Spaniards who are the bad guys.
Would Haarlemmers be a bit miffed that day, because they weren't relieved at all? They'd been occupied, after a bloody siege not even the courageous Kenau could break.
Alkmaar relieved. Haarlem peeved.

 

'Mum!' shouts out a woman who is walking in the parade. She waves, then rushes to her mother, who is watching from the pavement. Great joy for mother and daughter. She watches them, moved, and a little confused by her own emotion.

 

She learns a new Dutch-Dutch word: aangeharkt - raked up, spruced up, neat and tidy. The Netherlands is neat and tidy. Later she tries to use it in conversation, but turns it into afgeharkt - raked over. She is corrected.

 

Clamping and towing-away regulations
Registration
Access logging
Sick leave monitoring
Traffic light adjustments

 

Everything is well thought out. Everything is meticulous. Nothing seems open to improvement.

 

They are not easy to unsettle.

 

'Shall I introduce myself? I'm Marisa, your hospitality manager.' (a Dutch hostess, speaking Dutch, but giving her job title in English; that's posher)
Marisa brings the gathered politicians food and drink. She introduces herself repeatedly. The audience - because this is a play - are roaring with laughter. So Dutch people do sometimes find themselves ridiculous, their hollow phrases, their jargon.
'I understand your concern. I understand that you are angry.' (politician in that same play to a woman whose house has been made practically uninhabitable by the gas drilling in Groningen, his 'understanding' making the woman even angrier)

 

A woman on the ferry to Texel with short purple hair.
It's a hat, she thinks.
But no.

 

Say Tessel. Write Texel.

 

'You look like that Belgian writer.'
'Yes, I'm often told that.'

 

'Gentlemen, please do not to throw paper into the urinal.'

 

To reduce noise pollution, please do not throw any glass into the recycling bin after 8 p.m.

 

'Have you got a toothpick?' (in the theatre café)

 

'I've had a baby,' says the blushing woman who scans the tickets at the entrance to the cinema. The filmgoers - mostly older women - had expressed surprise at seeing her back there. 'How wonderful, how lovely, et cetera,' they coo, but their confusion is tangible. What is she doing there? Why isn't she with her baby?

 

Haarlem must be a nightmare for people who hate the sound of church bells.

 

The Martyrs Mirror, containing the names of executed Baptists, among them Anneke Ogier, who was drowned in 1570 and buried beneath the gallows.
Baptists = Anabaptists = Mennonites

 

Dutch Baptists call their church a vermaning, an admonition building. Here too hang lists of the regents and the regentesses, separate lists naturally, and also separate meeting rooms, the gentlemen's room for the regents, the ladies room for the regentesses and deaconesses.

 

'I cannot accept that monarchs wish to rule over the conscience of their subjects and take away their freedom of faith and religion.'
Did William of Orange really say that? If only Belgium had had such a hero!
He stayed at the court of Holy Roman Emperor Charles V, on the Koudenberg in Brussels. She often passes the spot where that palace once stood. In the footsteps of William!
William of Orange = William the Silent = Father of the Fatherland, not to be confused with William I of the Netherlands.

 

First they turned against the Spaniards and then against the stadholders/princes of Orange. What a power struggle there was after they'd thrown out the Spaniards! They were a far from united people. They still aren't.
Was there any collaboration? Were accounts settled? Was revenge taken? Anneke Ogier was certainly afraid her hiding place would be betrayed to the sheriff and/or aldermen. And Amsterdam merchants sold cannons to the Spaniards. Shame on them!
During the Siege of Haarlem, when the city barred its gates against the Spaniards - and held out for almost eight months, from December 1572 to July 1573 - Catholics were hanged in the city.
When Haarlem fell, the Spaniards slaughtered the garrison and any burghers considered guilty of sedition. They tied people together and threw them into the Haarlemmermeer. They were in a hurry.

 

Things people want to hear and things they don't want to hear.

 

Brief summary: Charles V - good; Philip II - bad.

 

Are there Dutch people who couldn't care less about the Golden Age? And about Vermeer, Rembrandt, Van Gogh and Mondriaan? Is there a house on Dutch soil that doesn't have a work by one of those four masters reproduced on something, not on crockery, not on tea towels, not on a fridge magnet, not on a calendar, not on a poster or a bag?

 

Van Gogh's ear: cut off, not preserved
Johan de Witt's tongue: cut out and kept as a relic
Cornelis de Witt's finger: cut off and kept as a relic
Cannibalistic people

 

The unspoken agreement not to make a fuss about complex events that took place in a distant past.

 

William III of Orange was born a week after the death of his father, William II. He married Mary, eldest daughter of James Duke of York, who later became James II of England. William's mother was also called Mary. She was sister to both James II and Charles II. And all three were children of Charles I, who was beheaded in 1649 because he refused to accept his defeat in the civil war. William III and his Mary were therefore first cousins, so it is not so strange that when James II was deposed, William III, Prince of Orange, was invited to become William III King of England. By coincidence, his regnal number, III, was the same for the Netherlands and England, but for the Scots he was William II. The art of creating confusion.
Thanks to his 'pacification' of Irish Roman Catholics, William's Orange designation was later adopted by Northern Ireland's fiercely Protestant Orange Order, founded in 1795.
Orange comes from the principality Orange - la principauté - that the first William inherited in 1544 and that turned him - and his descendants - into princes. What's in a name? What's in a colour? Only this Orange doesn't refer to a colour, but to a river, the Arausio, although she can't really see how 'Arausio' ever got turned into 'Orange'.

 

'Hartstikke leuk, echt hartstikke leuk!'
'Nou, succes!'
'Wat zie je er beeldig uit!'
'Doe nou lekker een rosétje!'
To Flemish ears, Dutch-Dutch (double Dutch?) sometimes sounds a little over-the-top. Familiar, but strangely different. And vice-versa.

 

'For a moment I thought that you were that Belgian writer, but you can't be, because you don't speak Belgian.'

Dutch-Dutch words and expressions Flemish-Dutch speakers never use, but do understand and sometimes find comical:
Eterij en drinkerij
Vastgoedmakelaardij
De afzuiging
Bent u bekend met het museum?

 

Another two countries divided by a common language.

 

Poetry on street signs: Groot Heiligland, Klein Heiligland, Greater Holy Land, Lesser Holy Land
Verdronkenoord, Waterland - but that's a canal in Alkmaar

 

Friethuis De Vlaminck - The Flemish Chip Shop.
Eetcafé Bruxelles - The Brussels Bistro. The name means nothing anymore. But it did in the past. In those days, only Belgian beer was sold there. It still has Manneke
Pis painted on the window. She saw him in Japan too, not selling beer but waffles. The most famous Belgian.
At Hapwat you can buy halal Flemish chips.
There are also 'homemade' Haarlem Flemish chips.

 

At the request of a friend, she visits the address where his grandmother grew up. He wants to know whether the house is still there. It isn't. But there is a street named after her family, an alley. That family had a timber yard, on the other side of the Spaarne, opposite their home, but there is no trace of that business either.
His grandfather's family were in the margarine business, also somewhere in the Netherlands, but nowadays they all live in Flanders. Migration in the other direction, countermigration.
Time and time again she goes back to the address, as if they were her roots, the spot in Haarlem she is connected to through him.

 

She has discovered a coffee shop. Will she or won't she?

 

She doesn't feel lonely, even though she is alone in this city, a city in which forty percent of the inhabitants say they suffer from varying degrees of loneliness. She thinks: You have to be self-contained. Happy with your own company. Me, myself and I, friends for life.

 

She hears herself saying that she'd like to live in Haarlem, to leave all her Belgian ballast behind her.

 

When she walks home in the evening, her footsteps echo hollowly in the empty streets, and it's not even really late.

 

What helps when you feel the sucking power of water? Remembering that every river - and so also the Spaarne - has a bed.

 

'Afraid of the Spaarne? It's only knee-deep, you can't drown in that!'

 

Always the thought - or hope - that you can/will meet a great love in such a city. And what would that be like?

 

The light social pressure to reveal something about yourself. And she who doesn't like to do that.

 

Haarlem is at its most beautiful when the street lights are already on and the sun is casting its last rays on the houses and the water.

 

All those big Dutch people in those little houses

 

Behind every door a world

 

The wanted and the unwanted
Leper hospital
Plague victims
Syphilitic whores

 

Judicial institutions
Segregation room
Isolation cell: shortened to iso-cell in the Koepel, a former prison; called the crazy cell in the Dolhuys, the former lunatic asylum
Poop box (used in the crazy cell)

 

Licentiousness: that could land you in the Dolhuys.

 

'In this accursed land, wrested from moles and water rats, in defiance of Nature itself...' And: 'Since Monday, I have had to use opium, because I had no bread.' (from the letters of Willem Bilderdijk, who died in his house on Haarlem's Great Market Square in 1831)

 

'It was their choice.' Former warder Henk, talking about the prisoners who ended their lives by jumping from the third floor. The company that is managing the Koepel until its renovation has hired him and his colleagues as tour guides. The tours are very popular.
'Anyone can end up in prison,' says Henk. And he talks nostalgically about the days when the prison had a governor and its own cooks. Later, managers were engaged. They got rid of the cooks and outsourced the catering, an inevitable evolution, but was it an improvement ... Henk certainly doesn't think so.
He makes no secret of the fact that he bent the rules. Otherwise, it would have been unbearable, for the inmates and also for him.
Don't say: he/she is crazy/insane/ deranged; say: he/she has a special mind.

 

The most hateful Dutch-Dutch word: klaar - done. I'm done with it. In other words: F*** off!

 

'The cabinet wants schools to teach the text, the meaning and the tune of the Wilhelmus, the Dutch national anthem. It also wants all pupils to visit the Rijksmuseum (national museum) and the lower house of the Dutch parliament at least once in their school career.' (newspaper report about the coalition accord reached by Prime Minister Mark Rutte's third government)

 

More Dutch-Dutch: het aantrekken van de economie, de visafslag, de glastuinbouw, opheffingsuitverkoop

 

An unpalatable truth: the chips/fries at Chip Shop De Vlaminck are much better than the chips/fries you get in the average Flemish chippy. And they are cheaper.

 

She notices that former mayor of Amsterdam Eberhard van der Laan, who the entire country is mourning, was born in the same year she was.

 

Anne Faber is also being collectively mourned. In the articles about her, the same words pop up again and again:
Selfie (she sent to her friend shortly before she was murdered)
Rain (thanks to which she looks drenched in the selfie)
Black granny bike, Batavus Old Dutch (on which she was cycling, not really suitable for the relatively long bike ride she was making)
Blonde
1.70 m
25 years old
She thinks of the other murdered Anne, Anne Frank; except for two letters, the same name.

 

The hottest fifteenth of October ever, at least since people started measuring and recording such things. The Spaarne is like a painting by a Dutch Master, with or without Flemish roots. If you look closely, you can see the boats moving. It looks real and it is real.

 

She now knows more about Haarlem than about Antwerp. And she has learned that Antwerp was once a republic - from 1577 to 1585 - under Calvinist rule. How many Antwerpians would know that?

 

'If you don't behave,' she says to her husband, 'I'll crop my hair and dye it purple.'

 

'We are in the consultation phase, but we'd like to invite you to think with us about the plan for the Haarlem of the future, the Haarlem of the 22nd century, if you will, a brand-new Haarlem with only one site, a modest monument to that damned past.'
She smiles at her crazy imagination and thinks of the story she might write about it and maybe will write.

 

 

(1) In Dutch 'to hear it thundering in Cologne' means to be astounded.

 

Translated from Dutch by Stephen Smith