Do 18 augustus 2016

Vertaalproject: Van roze tot grijs

Manjari Mishra en Helena Muñoz © auteur
Helena Muñoz en Manjari Mishra tijdens hun stage bij deBuren.

Zomerstage

Manjari Mishra © auteur

Als onderdeel van de zomercursus voor internationale studenten Nederlands die de Taalunie elk jaar op touw zet, organiseerde deBuren een tweedaagse stage rondom citybooks. De studenten Manjari Mishra uit India en Helena Muñoz uit Spanje leerden het huis en het project kennen, vertaalden een literair fragment naar hun moedertaal (Catalaans en Hindi!) en zetten een minipromotiecampagne op.
Manjari koos voor een fragment uit Duister Hart van Chika Unigwe. Lees hier de vertaling en haar persoonlijke inleiding.

 

Van roze tot grijs

Duister hart is een citybook van Chika Unigwe. Het verhaal gaat over de Nigeriaan Conrad die als immigrant in Turnhout (België) woont. De verteller van het verhaal is zijn vriend Ejike.

Ik kon me goed inleven in deze vertelling goed omdat ik twee jaar als Indiase in Oostenrijk heb gewoond. Het heimwee was na een jaar al heel pijnlijk . Ik sympathiseer met Conrad want ik begrijp dat je in het begin alles door een roze bril ziet maar de kleuren verdwijnen langzaam en daarna is alles grijs: de gebouwen, het weer en de maatschappij.

We hebben altijd romantische ideeën over nieuwe plekken en over veranderingen in ons leven maar soms vergeten we dat we daardoor ook vele verantwoordelijkheden krijgen. Voor mij geeft dit verhaal een nieuw perspectief om de stad te kunnen bekijken. Ik vind ook de stijl van de auteur prachtig, in het bijzonder vanwege de postkaartjes die het verhaal persoonlijker maken.

Ik heb het onderstaande fragment van dit verhaal vertaald naar het Hindi.


Manjari Mishra

Klik hier voor de vertaling in Hindi (pdf)

Lees hieronder het originele Nederlanstalige fragment.

 

[FRAGMENT]

Ik ontmoette Conrad op de dag dat hij een slang uit de klauwen van een tijger had gered. Dat verklaarde zijn vuile schooluniform. De leerkracht gaf hem geen straf. Hij ontsnapte zo aan vijf stokslagen, de gebruikelijke straf voor laatkomers, misschien omdat hij een nieuwe leerling was. Later die dag vertelde hij me dat zijn welgestelde vader was verongelukt met de auto op weg van zijn werk naar huis. Twee weken later vertelde hij me dat zijn vader was omgekomen in de brand die hun villa in rook deed opgaan, samen met al het geld. Daarom moest zijn moeder verhuizen naar een kleiner huis in een nieuwe stad. Tegen die tijd waren we al beste vrienden. Zelfs na vele jaren wist niemand, ook ik niet, waar Conrad woonde voor hij zijn vader verloor en hoe die gestorven was. Hij vertelde het verhaal iedere keer anders. Conrad kwam altijd te laat. Wanneer hij zei dat hij naar jou toe kwam om 13u, kon je er donder op zeggen dat hij er niet zou zijn voor 15u. Hij verontschuldigde zich zelden. Als hij toch zijn excuses aanbood, had zijn oponthoud altijd een heldhaftige reden, die hij vertelde met een doodserieuze stem en een strak gezicht alsof hij een boodschappenlijstje voorlas. ‘Ik werd ontvoerd door aliens die me dwongen om een grote berg zoete aardappelen te schillen voor ze me lieten gaan.’ ‘Ik kwam de geest van mijn overgrootvader tegen en hij smeekte me om hem gezelschap te houden.’ ‘Ik hielp een zwangere vrouw bevallen van een vierling.’ Op een keer kwam hij te laat voor een voetbalwedstrijd. Hij zei dat zijn taxi een ongeluk had gehad. ‘Ze moesten me uit de taxi snijden. Beter om te laat te komen dan om er niet meer te zijn…’ Leugenaars noemden we gewoonlijk Pino-Pino-Pinocchio, maar Conrad was een uitzondering. Hem gaven we de bijnaam ‘Conrad de Laatkomer’ en we vroegen hem om zijn verhalen uit te breiden, om ze langer te maken en met meer details te vertellen. Af en toe deed hij dat. Hij had ons in zijn greep en wist dat goed genoeg. Hij was groot. De grootste jongen van de klas, groter dan onze directeur die we ‘Dikkie Duivel’ noemden. Toen we in het vierde leerjaar zaten was hij al even groot als de meeste juffen. In het vijfde leerjaar had hij een laagje fijne haartjes op zijn bovenlip. Dat dwong respect af. Misschien bewonderden we zijn vertelkunst en genoten we er zelfs van, hoewel we dat nooit toegaven. De heldhaftigheid van de verhalen wekte verwondering op. De manier waarop ze verteld werden vroeg om respect. Wij vergaven hem zijn verhalen, zijn eeuwige verklaringen waarom hij te laat was. Maar niet iedereen deed dat.

[…]

Ik kreeg een eerste postkaartje van Conrad vier jaar na ons afscheid. Op de voorkant stond een foto van een kasteel midden in een vijver met water. Het leek wel een decor van een film. Aan de achterkant had Conrad gekribbeld:

Ejike nwoke m,

Dit is Turnhout ‘by night’. Hier woon ik. Deze stad heeft de vorm van een
hond die op zijn achterpoten staat. Het beeld in het water is een exacte
replica van mijn amazonevrouw. Moet je die meloenen van haar eens
zien! Was je maar hier, vriend. Ik wou dat ook jij van het leven kon genieten
hier in deze mooie stad. Onthoud: ‘Experience is not what happens to a man. It is what a man does with what happens to him.’ Aldous Huxley

Conrad Obiohia

Ik wist niet eens dat hij in het buitenland verbleef. Het kasteel in het water had al mijn aandacht getrokken, het beeld had ik over het hoofd gezien. Ik draaide het kaartje om. Inderdaad, het kunstwerk stelde een enorme vrouw met brede heupen en ronde vormen voor, liggend op haar zijde. Haar rondingen leken overdreven, bedoeld om alle aandacht naar haar wulpse lichaam te trekken. Van Turnhout had ik nog nooit gehoord. Nauwkeurig bekeek ik de postzegel, zoeken naar een aanwijzing van welk land de postkaart kwam. België. Wat deed Conrad in België? Autohandel misschien?

 

 

 

 

Close

plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een sterretje* zijn verplicht.

wordt niet getoond