Vr 19 september 2014

Aantekeningen uit het ondergrondse (28): Mons-Bokrijk, via Brussel

Studenten van de Universiteit Mons hebben Atte Jongstra’s citybook Bokrijk: ademgebied over Hasselt en Genk naar het Frans vertaald. Kevin Mertens en Arnaud Stamps, de studenten van de Faculté de Traduction et d’Interprétation, schrijven in deze Aantekeningen uit het ondergrondse over het vertaalproject.

Mons-Bokrijk, via Brussel

Schooljaar 2013-2014, het eerste trimester. Om het vaste kader te doorbreken van onze lessen, waarbij we onder elkaar teksten vertalen, stelt onze docent ons voor een ‘echte’ tekst te vertalen, die gelezen zal worden door een ‘echt’ publiek. Wat anders dan ‘ja’ kon ons antwoord zijn op deze kans om ons werk elders te zien belanden dan in een ordner met het label ‘Literaire vertaling, NL > FR’ op een plank boven ons bureau?

Contacten werden gelegd, en enige tijd later ontvingen we verheugd de tekst van Atte Jongstra waarin hij over zijn verblijf in Limburg verhaalt. Niemand van ons komt uit deze regio, en ook de auteur is een ontdekking voor ons. Na eerste lezing en de eerste indrukken werd de tekst verdeeld over verschillende groepen, want waar twee (of drie) hoofden meer weten dan één, heeft een hydra met vijftien hoofden moeite om beslissingen te nemen.

Hasselt, Genk en (niet te vergeten!) Bokrijk ontvouwen zich beetje bij beetje voor ons, twijfels en vragen rijzen op iedere straathoek en vragen vliegen van de ene groep naar de andere: ‘De Zwarte Zusters, schrijven jullie dat met hoofdletters?’, ‘Weet iemand of er een kuil in het midden van Genk is?’, ‘Een cafetaria, een café, een tea room … wat is eigenlijk het verschil?, ‘Hij is een géopneumono-wat?’. Een vrolijke puinhoop. Gelukkig werden we tijdens onze onderneming geholpen door het verhelderende advies van onze docent, de wijze tips van Robert en het internet, maar vooral ook door de vertaling die Daniel Cunin maakte van de eerdere avonturen van de géopneumonoloog Gustav Joseph in Venetië, waar De dood van onderen optrekt.

Enkele weken gaan voorbij, en de eerste versie van onze tekst wordt samengevoegd. We zijn niet ontevreden, het lijkt al ergens op. Maar een vertaling zonder revisie is een beetje zoals de neowetenschappen: het ziet er serieus uit, maar enkel degenen die er in geloven zien er de gebreken niet van. En dus wandelen we door de tuin van onze buurman, want het gras is nooit groener dan wanneer we het zelf maaien, en dus maken we notities en corrigeren en becommentarieren we de vertalingen van de anderen. De sfeer is goed in onze groep, voornamelijk bestaande uit studenten uit het eerste Masterjaar, en als we onderling niet tot een akkoord komen over hoe een zin vorm te geven, dan komt deze in de handen van de studenten uit het tweede jaar, en daarna in de ervaren handen van onze docent.

Begin mei bereikt ons werk het eindpunt en we zijn blij om een bijdrage te hebben geleverd aan het bouwwerk. Rest ons alleen nog Atte Jongstra te bedanken om zijn Limburgse ervaringen met ons te delen, en Carola Henn en deBuren om ons de kans te geven deze te vertalen. En, wie weet, organiseren we een reisje naar de andere kant van ons kleine land, om te zien of de lucht tussen Hasselt en Genk nog altijd opgeklaard is boven Bokrijk.

Kevin Mertens en Arnaud Stamp, (studenten aan de Faculté de Traduction et d’Interprétation de l’Université de Mons)

 

Close

plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een sterretje* zijn verplicht.

wordt niet getoond