Di 20 maart 2012

Aantekeningen uit het ondergrondse (12)

© Carmen DeryckeStudenten Vertaalkunde van de Hogeschool Gent werken in het kader van een vertaalproject aan de Nederlandse vertaling van Patrimoine immatériel: Un séjour au Pays noir het citybook van Caroline Lamarche over Charleroi. De studenten gingen op uitstap naar Charleroi, om in de sfeer van de mijnstreek hun vertaling te verfijnen. Désirée Schyns, docent Frans aan de Hogeschool Gent en drijvende kracht achter het project, schreef een verslag over de uitstap naar ‘le Pays Noir’.

Studenten en docenten uit Gent en Mons op excursie in Charleroi.

© Désirée SchynsDit verhaal begint op een koude winterochtend, 9 februari van dit jaar. Acht studenten van de master vertalen van de Faculteit toegepaste taalkunde uit Gent en een student uit Charleroi die een jaar in Gent studeert, komen samen om de vertaling te bespreken van Patrimoine immatériel: Un séjour au pays noir, het citybook van Caroline Lamarche. Iedere student heeft een bladzijde vertaald naar het Nederlands.

Vertalen is de beste manier om een tekst te lezen, door de vertalingen te bekijken vind ik dat de tekst alsmaar mooier wordt. De vertalingen van de studenten werpen een nieuw licht op de tegendraadse, ruwe tekst van Lamarche die zich niet gemakkelijk laat temmen en kennen. Als vertalers gaan we letterlijk ondergronds: we delven in de tekst op zoek naar steenkool en vooral goud. Ooit werd steenkool toch het zwarte goud genoemd?

Terril’, hoe vertaal je dat © Désirée Schynseigenlijk? In de Van Dale staat ”Belgisch Nederlands, mijnbouw. Kunstmatige heuvel in de nabijheid van een steenkoolmijn, ontstaan door de ophoping van gruis en afval, synoniem ‘steenberg’, ‘slakkenberg’”. In de tekst van Lamarche duiken ook woorden op zoals ‘trémie’ (een soort tunnel) die in Frankrijk onbekend zijn, maar vooral in en rond Luik worden gebruikt.

 

Vanuit Gent reist de groep naar Mons, waar ze worden opgewacht door Carola Henn van de Université de Mons (Faculté de Traduction et d’Interprétation). Zij werkt met vier studentes aan de vertaling in het Frans van het Radioboek Erfenis van Joseph Pearce. Dankzij de studentes uit Mons krijgen we de volgende dag een rondleiding in Le Bois du Cazier, de herdenkingsplaats gewijd aan de mijn van Marcinelle, die zo tragisch beroemd werd na het noodlottige ongeluk dat in 1956 aan 262 mannen het leven kostte. Hoewel Lamarche in haar citybook geen melding maakt van deze plek, is het toch de best mogelijke kennismaking met deze streek.

© Désirée Schyns

Aan het einde van de rondleiding, als we binnen zitten en nog napraten met de gids, zegt Carola iets waardoor alles heel mooi op zijn plaats valt. Het verhaal van Pearce gaat over een gids die niet alleen vertelt over de geschiedenis van een tragedie, maar die tragedie ook zelf met zich meedraagt. Het verhaal van Lamarche gaat over een teloorgegane streek die zich probeert te ontworstelen aan de uitzichtloosheid, en de geschiedenis van die streek werd ons op onnavolgbare wijze verteld door een gids die ook een stuk van een tragedie met zich meedraagt. Haar vader droeg op zijn beurt de mijn letterlijk tot in zijn poriën mee en stierf op jonge leeftijd aan silicose, “stoflongen”. En zo komen Lamarche en Pearce bij elkaar via ons vertaalproject.

Désireé Schyns, docent Frans, Departement Vertaalkunde Hogeschool Gent

Lees het volledige verslag hier.


De vertalingen in Gent en Mons vinden plaats in het kader van een vertaalproject waarin studenten hoger onderwijs uit de verschillende taalgemeenschappen in België samenwerken rond het literair vertalen van twee Belgische auteurs: ‘La traduction littéraire: collaborer pour communiquer’. Dit project kreeg subsidie van het Prins Filip Fonds en wordt ondersteund door deBuren.

 

Groepsfoto © Carmen Derycke
Overige foto's © Désirée Schyns


Close

plaats een reactie

Velden gemarkeerd met een sterretje* zijn verplicht.

wordt niet getoond